De Oorlogsjaren 1940-1950
Heen en terug tussen eerste en tweede klasse.
Club Brugge kende voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
moeilijke tijden. En dat niet alleen op sportief gebied. Er was een leningslast
die een erg zwaar afbetalingsprogramma meebracht.
Op spelersvlak leek Club minder reden tot klagen te zullen hebben. Club kon
immers onder meer rekenen op Blancke, een stevige stopper met een degelijk kopspel
en twee evenwaardige voeten; op Lucien Masyn, de schitterende linksbinnen die
tussen 1940 en 1958 bijna 500 matchen in het eerste elftal speelde; op Berten
Carels, het stevige blauw-zwarte sluitstuk. En toch konden die 'grote namen'
niet verhinderen dat het blauw-zwarte schip heen en weer wiegde tussen eerste
en tweede klasse.

Club wint in 1946 van Cercle
met 6-0 in de volgende opstelling :
staande van links naar rechts Somers, Van Pottelberghe, Blancke, Himpe, Naessens,
Herssens ; gehurkt Masyn, Carels, Noël, Geysen en Vantiechem.
Begin 1946 werd Louis Versyp als trainer aangesteld en Club bereikte weer de
hoogste afdeling maar niet voor lang. Precies op het ogenblik dat Club naar
het hoogste voetbalniveau overstapte, werd het aantal clubs in hoogste afdeling
terugebracht van 19 tot 16. En dit bleek voor Club Brugge een onoverbrugbare
handicap. Club viel meteen naar de tweede klasse terug. Deze degradatie zorgde
in Brugge wel voor een competitiederby.
De Brugse voetballeiders bleven niet blind voor de verbetering van de installaties
op de Klokke. In 1947 werden er 26 schijnwerpers geïnstalleerd en in 1949
werd een nieuwe tribune met liefst 2.400 zitplaatsen in gebruik genomen. Want
inmiddels was Club in 1948-'49 weer naar de hoogste klasse getrokken.
| << In de beginne | Buitenlandse Trainers >> |

















Social media