Hugo BROOS (1991-1997)
Hugo Broos (geboren op 10 april 1952) begon te voetballen bij SV Humbeek, waar Anderlecht hem als 18-jarige ontdekte en tot een overstap naar het toenmalige Emile Versé-stadion kon bewegen. Daar kwam zijn doorbraak in het eerste elftal er veel sneller dan voorzien door toedoen van Georg Kessler, die in 1971 de sportieve baas werd van Anderlecht, dat toen er sportief enkele minder geslaagde campagnes had opzitten. Kessler serveerde de defensieve tandem Plaskie-Kialunda af en posteerde met Gilbert Van Binst en Hugo Broos twee jonge snaken in het hart van de Brusselse defensie. Terwijl Van Binst uiteindelijk rechtsachter zou worden, bleef Broos twaalf jaar lang op post als mandekker. Concurrenten kwamen en gingen (Vandendaele, Dusbaba, Jaspers, Peruzovic, Olsen) en altijd leek het er op alsof Broos de baan zou moeten ruimen, maar telkens hield de bescheiden Broos zich staande in het vedettenhuis. Na Kessler konden immers ook Urbain Braems, Hans Croon, Raymond Goethals en Tomislav Ivic zelden voorbij aan de sobere spitsenbestrijder, die ook in de nationale ploeg een stamplaats verwierf. Tot een hardnekkige rugblessure Broos een half seizoen aan de kant hield en Luc Millecamps de vaste mandekker in het team van Guy Thys werd. Hugo Broos won met Anderlecht drie titels, drie bekers en drie Europacups. Het begon met de Belgische dubbel in '72 onder Kessler, de titel in '74 en de beker in '75 onder Braems, Europacup 2 en de Belgische beker in '76 onder Croon, nogmaals Europacup 2 in '78 onder Goethals, een derde titel in '81 onder Ivic en uiteindelijk in 1983 de UEFA-beker onder Paul Van Himst. Omdat deze laatste hem geen stamplaats meer kon garanderen, besloot Broos op zijn 31ste (en na twaalf seizoenen Anderlecht) om andere oorden op te zoeken. Groot was de verbazing in de voetbalwereld toen... Club Brugge zijn nieuw werkterrein bleek te worden, waar Georg Kessler inmiddels ook aan een opruimactie was begonnen. Net als destijds bij Anderlecht kreeg Broos van Kessler een sleutelpositie in de Brugse defensie. En met resultaat, zij het pas onder Kesslers opvolger Henk Houwaart, met een Belgische bekerzege in '86 als eerste triomf. Broos presteerde in zijn nadagen als speler zo opvallend sterk dat Guy Thys hem zelfs een kortstondige terugkeer in de nationale ploeg gunde, waardoor Hugo het WK-epos in Mexico mee beleefde. Broos speelde er drie wedstrijden en zette in de kwartfinale tegen Spanje de derde Belgische strafschop om. Vijf jaar zou Hugo Broos de blauw-zwarte kleuren dragen, en het afscheid was er één in schoonheid, met de landstitel in 1988 na het Europese mirakeljaar van Club. Op zijn 36ste haakte Broos af als voetballer en ging hij bij RWD Molenbeek aan de slag als assistent-coach onder Paul Van Himst, die hij in de loop van het seizoen afloste als hoofdtrainer in het Machtensstadion. Een onverdeeld succes werd zijn trainersdebuut niet. Op de slotdag van de competitie degradeerde RWDM na een veelbesproken 4-3 nederlaag op... Club Brugge. Eén jaar later bracht Broos de Brusselse fusieclub echter al terug bij de elite, en nog eens een jaar later stond Hugo terug in Brugge. In 1991 kreeg hij de opvolging van Georges Leekens als Club-coach toevertrouwd. Broos moest al meteen vol aan de bak, want bij Club was Jan Ceulemans op de sukkel geraakt met de knie. Broos zou het Brugse monument uiteindelijk nog één keertje kunnen laten invallen, tegen het Poolse Katowice. Maar ook zonder de "Caje" bleek Club nog altijd een volwaardig titelkandidaat en een Europese subtopper. Pas in de halve finale van Europacup 2 sneuvelde blauw-zwart in Bremen, maar die bittere pil werd snel doorgeslikt. Op de voorlaatste speeldag klopte Club het KV Mechelen van Georges Leekens en vierde het zijn negende landstitel. Ook de tiende Brugse kampioenenviering werd er één met Hugo Broos als coach, hoewel de fans daar tot in 1996 dienden op te wachten. Club drong in 1993 wel tot de eindronde van de Champions League met acht teams door, maar pakte in de competitie naast een nieuw Europees ticket. Eén jaar later finishte Club als nummer twee achter Anderlecht, waar het ook de bekerfinale tegen verloor. In '95 moest Club op de slotdag van de competitie opnieuw de duimen leggen tegen Anderlecht, maar pakte het de Belgische beker na winst tegen Ekeren (3-1). Een troostprijs, vonden sommigen, maar het bleek integendeel de voorbode van nog veel mooiers. In 1996 immers werd Club Brugge kampioen met een straat voorsprong, én bekerwinnaar ten koste van stadsgenoot Cercle (2-1). Club kon de hegemonie niet handhaven. De titel van '97 lag voor het grijpen, maar ging op de voorlaatste speeldag op de Antwerpse Bosuil verloren. Broos en Club moesten in het Lierse van Eric Gerets hun meerdere erkennen... Met twee titels en twee bekers op zijn palmares nam Hugo Broos in 1997 afscheid als coach van Club Brugge. Bij Excelsior Moeskroen wenkte een nieuwe toekomst. Vijf seizoenen zette Broos op "Le Canonnier" de sportieve lijnen uit, eerst als trainer maar gaandeweg als een soort technisch directeur en rechterhand van voorzitter/burgemeester Jean-Pierre Detremmerie. Het leek er zelfs op dat Broos zijn lot definitief aan de grensclub zou verbinden, tot de lokroep van het Constant Vanden Stock-stadion in 2002 te sterk werd. Nadat hij met Moeskroen de Belgische bekerfinale bereikte (en verloor tegen Club Brugge), verkaste Broos opnieuw naar Anderlecht om er de nieuwe bondscoach Aimé Anthuenis op te volgen. In de altijd onrustige hoofdstad werd Hugo Broos, na vijf relatief rustige jaren in de luwte van Moeskroen, snel weer geconfronteerd met een verpletterende prestatiedruk en kleedkamerintriges. Eén jaar zonder prijs overleefde de coach ternauwernood. In zijn tweede seizoen pakte hij met paars-wit wel de landstitel. Omdat Anderlecht bovendien de poules van de Champions League bereikte, leek 2004 een onvergetelijk jaar te zullen worden. Een beschamende 0 op 18 in die CL-poule en enkele pijnlijke uitschuivers in de competitie brachten Hugo Broos echter snel in nauwe schoentjes. Zijn tactische keuzes werden in vraag gesteld, de kleedkamer ageerde in bedekte termen tegen de coach. Begin februari 2005, na een snelle bekeruitschakeling, werd de guillotine aangerold. Na draws in Sint-Truiden en Gent rolde de kop van de paars-witte trainer. In zijn zestiende seizoen als coach werd Hugo Broos voor het eerst met een vroegtijdig ontslag geconfronteerd. Hugo Broos gunde zichzelf vier (frustrerende) maanden om die bittere pil door te slikken. Half juni 2005 tekende hij een overeenkomst voor de duur van twee seizoenen bij Racing Genk, waar hij het sportieve roer overnam van René Vandereycken. Aan het eind van Broos' eerste seizoen in het Fenixstadion strandde Genk op een teleurstellende vijfde plaats. Na een moeizame voorbereidingsperiode hing zijn ontslag in de lucht, maar Hugo Broos kreeg alsnog het vertrouwen voor de campagne 2006-2007. Genk startte daarin als een bolide en ging zowaar kampioen Anderlecht in eigen huis met 1-4 vernederen. De ultieme wraak voor Broos, die dan pas zijn Brussels ontslag helemaal bleek te hebben verteerd. Genk stoomde door naar de herfsttitel en Broos mocht in stilte zelfs van zijn vierde landstitel als coach beginnen te dromen... De voorspelde ineenstorting kwam er evenwel toen niemand het nog verwachtte. Tijdens het paasweekend moest Genk voor het eerst de leidersplaats aan Anderlecht afstaan. De Limburgers klampten tot de voorlaatste speeldag aan, maar moesten uiteindelijk met de tweede plaats vrede nemen. Het uitstekende seizoen van Genk leverde Hugo Broos zijn vierde bekroning tot "Trainer van het Jaar" op, maar het vervolg verliep minder gunstig. Genk zette 2007-08 weliswaar in met 3-1 winst tegen de latere seizoensrevelatie Cercle Brugge, maar kreeg vervolgens 5-0 om de oren op AA Gent en verloor heel snel voeling met de top. Een situatie die niet meer kon worden rechtgezet. Na 0-1 thuisverlies op de 23ste speeldag tegen degradatiekandidaat Sint-Truiden, voorafgegaan door wekenlange speculaties in de pers, was een tweede ontslag voor Hugo Broos in zijn 20ste seizoen als trainer onvermijdelijk geworden.
Bijna een jaar wachtte Broos op nieuw emplooi. Hij werd bij veel clubs genoemd, nadrukkelijk bij Roda JC en het Roemeense Vaslui, maar tekende uiteindelijk pas in december 2008 bij de Griekse degradatiekandidaat Panserraikos Serres. Hugo Broos hield de hoop op een mirakel bij Panserraikos lang levend, en zorgde zelfs voor een heuse stunt door het grote Panathinaikos uit de Griekse beker te stoten in de kwartfinales, maar moest zich finaal toch gewonnen geven. De degradatie van Panserraikos betekende meteen ook het einde van het Griekse avontuur voor Broos.
Inmiddels had Hugo Broos blijkbaar de smaak van de buitenlandse avonturen te pakken. In de zomer van 2009 ging hij immers in op een aanbieding van het Turkse Trabzonspor. Het bekwam hem slecht. Broos kreeg Trabzonspor nooit echt aan het voetballen, en stapte eind november - toen Trabzonspor naar een bedroevende negende plaats was weggezakt - zelf naar het bestuur om de samenwerking te beëindigen. Samen met Broos stapte ook zijn assistent Jacky Munaron op.










Social media