Alphonse De Meulemeester (1903-1914)
Op de algemene vergadering van 4 juni 1903 werd Alphonse De Meulemeester (1866-1927) unaniem tot voorzitter verkozen, met Achille Grant Dalton als ondervoorzitter, Fernand Hanssens als algemene secretaris en Emile Van Hardenberg als schatbewaarder aan zijn zijde. Alphonse De Meulemeester, tevens een verwoed tennisser, was oud-speler van Football Club Brugeois en van het Brusselse Léopold Club. Hij bracht zijn leven door in Brugge, Gent en Brussel. Als zoon van Léon De Meulemeester was hij mede-eigenaar van de brouwerij L'Aigle d'Or. De Meulemeester, oud-leerling van het Brugse Koninklijk Atheneum, was vanaf jonge leeftijd ook politiek geëngageerd. Als progressief liberaal had hij oog voor de arbeiders en stapte na de grote stakingen in Charleroi in 1886 over naar de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Hij werkte actief mee aan samenkomsten van fabrieksarbeiders en intellectuelen, waarin de arbeidersontvoogding gepropageerd werd. Op 16 november 1919 werd hij verkozen als senator.
Alfons De Meulemeester zou bij Club Brugge 14 jaar op post blijven als voorzitter, tot het einde van de Eerste Wereldoorlog naderde. Onder De Meulemeester werden verschillende commerciële principes gehuldigd die de club geen windeieren legden. Zo werd het terrein tijdens de zomer doorverhuurd als graasweide, werden nauwelijks gebruikte ballen aan lagere clubs of particulieren verkocht, werd het veld voor de helft van de wedstrijdrecettes ter beschikking gesteld van legereenheden die in Brugge westrijden wilden spelen, werd deelgenomen aan lucratieve kersttornooien in Nederland en Duitsland. Van 1903 tot 1924 werden op paasdag en paasmaandag de eerste "Paastoernooien" in Brugge georganiseerd, die de clubkas gevoelig spijsden. Bovendien werd flink wat propaganda gevoerd om naar FCB te komen kijken: in geheel West-Vlaanderen, een deel van Oost-Vlaanderen en zelf in Zeeuws-Vlaanderen werden (Franstalige) aanplakbrieven opgehangen. In Brugge zelf liepen twee sandwichmannen door de straten van de stad. Daardoor kwamen voor topwedstrijden soms tot 4.000 (!) voetballiefhebbers naar het Ratteplein.
Het sportieve succes en het stijgend aantal leden zorgden er mede voor dat FCB kon beginnen investeren in een blijvende infrastructuur. Op de algemene vergadering van 11 mei 1911 werd de knoop doorgehakt met betrekking tot een nieuw terrein. Voorzitter De Meulemeester zocht de hulp van een kapitaalkrachtig erelid, de later voorzitter Albert Dyserynck, en rondde succesvol de onderhandelingen af met de eigenaars (vader Emmanuel en zoon Prosper De Cloedt) over het terrein langs de Torhoutsesteenweg te Sint-Andries nabij café La Cloche. In het contract werd gestipuleerd dat FCB een jaarlijkse huursom van 1.500 francs zou betalen en een koopoptie kreeg na 12 jaar. Op dat terrein van 1,68 hectare zou de club tot 1975 blijven voetballen. In 1912 werd er een conciërgewoning, een metalen tribune en een "buvette" opgetrokken. De houten omheining, het chalet en de tribune van het Ratteplein werden afgebroken en op de nieuwe locatie heropgebouwd.
Bij het hervatten van de voetbalbedrijvigheid in Brugge, voor de aanvang van het seizoen 1919-1920, kreeg hij de titel van ere-voorzitter. Alphonse De Meulemeester overleed op 24 augustus 1927.
Laatste berichten
Club in de media
Klassement
P
M
1. Anderlecht
52
10
2. Club Brugge
48
10
3. Racing Genk
41
10
4. AA Gent
40
10
5. Standard
35
10
6. K.V. Kortrijk
34
10
















Social media