Frans DE MUNCK (1969-1971)
In 1969 richtte het bestuur van Club Brugge de steven richting Nederland. Niet enkel kwamen Henk Houwaart (FC Twente) en Rob Rensenbrink (DWS Amsterdam) als eerste spelers van boven de Moerdijk naar De Klokke, met Frans de Munck werd ook voor het eerst een Nederlander aan het hoofd van de troepen geplaatst. De Zeeuw Frans de Munck (geboren op 20 augustus 1922) was bij onze Noorderburen een gerenommeerd doelman geweest, die 31 keer de netten van Oranje had verdedigd tussen 1949 en 1960. De Munck begon zijn carrière in zijn geboorteplaats bij Goes, en kwam tijdens de oorlogsjaren bij Sittardse Boys terecht. In 1949 kon hij, kort na zijn debuut bij Oranje, naar Ajax. Maar toen tijdens de onderhandelingen bleek dat De Munck bij Sittard reeds betaald werd voor zijn prestaties, terwijl voetbal toen nog volledig amateurisme hoorde te zijn, werd hij voor één jaar door de KNVB geschorst. De Munck week uit naar West-Duitsland en verdedigde gedurende vijf jaar het doel van FC Köln, waarmee hij in 1953 kampioen van de Liga West werd. In die periode herwon hij zijn statuut van nationaal doelman en kreeg hij ook de bijnaam "Zwarte Panter". In 1954, bij het ontstaan van het Betaald Voetbal bij onze noorderburen, ging Frans De Munck bij de Sittardse fusieclub Fortuna '54 aan de slag. Hij groeide er uit tot een icoon van de club, samen met de legendarische Faas Wilkes, met Cor van der Hart en ook met Bram Appel, die er later zijn trainer werd. In 1957 won Fortuna de KNVB-beker na 2-0 winst in de finale tegen Feyenoord. Een conflict met trainer Appel leidde tot zijn transfer naar DOS. Met de Utrechters behaalde De Munck in 1958 zijn eerste en enige landstitel. In 1961 verkaste De Munck naar Veendam en drie jaar later naar Cambuur Leeuwarden, waarmee hij kampioen in tweede divisie werd in 1965. Dat deed hij het jaar nadien met Vitesse Arnhem nog eens dunnetjes over. De Munck vatte ook het seizoen 1966-67 nog als keeper aan bij Vitesse en verdedigde twee wedstrijden het doel, om vervolgens het trainersroer over te nemen van de Oostenrijker Pepi Gruber. Hij speelde op 21 augustus '66, één dag na zijn 44ste verjaardag, zijn laatste wedstrijd en begon op 2 september '66 aan zijn trainersloopbaan. Drie jaar later, en nadat hij van Vitesse een stevige middenmoter had gemaakt in de Nederlandse eredivisie, kreeg Frans De Munck aanbiedingen van zijn ex-club FC Köln en van Club Brugge. De "Zwarte Panter" koos eerder verrassend voor blauw-zwart, maar bleek als trainer uiteindelijk geen garantie voor succes. Hij werd met Club Brugge weliswaar tweemaal tweede in de Belgische competitie, en leidde Club in 1970 ook naar de tweede Belgische bekerzege middels 6-1 winst in de finale tegen het Daring Brussel van Norberto Höfling. Maar als een onverdeeld succes werd zijn verblijf op "De Klokke" desondanks niet beschouwd. Tijdens de twee seizoenen van zijn bewind was Club er ondanks spraakmakende transfers niet in geslaagd de titel te veroveren en dat werd de coach niet in dank afgenomen. Dat blauw-zwart tijdens De Muncks tweede ambtsjaar in de Jaarbeursstedenbeker tot de kwartfinale wist door te dringen, waarin het pas na verlengingen moest buigen voor Chelsea, mocht wel een huzarenstukje worden genoemd. Het andermaal mislopen van de titel na verlies tegen Standard in de slotfase van het kampioenschap, inspireerde het toenmalige bestuur evenwel om een einde te stellen aan de samenwerking. Die was overigens nooit rimpelloos geweest. Vooral met de kopstukken van de spelersgroep, en dan inzonder met ouderdomsdeken Fernand Boone, was zijn verstandhouding allerminst optimaal. Frans de Munck ging vervolgens aan de slag bij Lierse, maar kon het daar slechts enkele maanden uitzingen. Nochtans was het in Lier uitstekend begonnen voor De Munck. De Pallieters, het jaar voordien Belgisch bekerwinnaar, zorgden in de eerste Europese ronde voor internationale sensatie door het grote Leeds United (met Bremner, Hunter, Yorath en Lorimer) na een 0-2 thuisnederlaag op Elland Road met 0-4 te gaan vernederen. Lierse zou vervolgens ook nog PSV Eindhoven uitschakelen (1-0 verlies uit, 4-0 thuiswinst), maar Frans de Munck werd daags voor de thuiswedstrijd op het Lisp ontslagen. Twee dagen eerder verloor Lierse op... Club Brugge met 3-0. Lierse had uit twaalf competitiewedstrijden slechts acht punten gepuurd en verkeerde in acuut degradatiegevaar. Het aanhoudende gezeur van De Munck over de mentaliteit van zijn spelersgroep, bovenop de sportieve malaise, deed het Lierse-bestuur tot zijn ontslag overgaan. Het werd meteen zijn zwanenzang als trainer in België. De Munck kon opnieuw en voor de duur van twee seizoenen bij Vitesse aan de slag, waar hij Cor Brom afloste, maar het heilige vuur had hij toen al lang niet meer. De Munck ging zijn voetbalvertier in het amateurvoetbal zoeken bij Minerva Utrecht en Arnhemse Boys, werd gedurende vijf seizoenen in Dordrecht aangesteld als Hoofd Opleidingen van de fusieclub DS '79, en sloot zijn trainersactiviteiten uiteindelijk af bij de amateurclubs AVW '66, Zuid-Arnhem en WOM. Maar pas in 1990 kapte hij er definitief mee.
Frans De Munck overleed op vrijdag 24 december 2010 in zijn woonplaats Arnhem. Hij werd 88.















Social media