Andras BERES (1978-1979)
De Hongaar Andras Beres (°20 juli 1924) werd in de herfst van 1978 door Club Brugge als het ware "uit de hoge hoed" getoverd om het monument Ernst Happel op te volgen. Omdat hij in de voorafgaande zeven jaar vooral als spelersmakelaar en wedstrijdorganisator voor Hongaarse voetballers en clubs had opgetreden, was hij bij het grootste gedeelte van het Brugse publiek nog amper bekend. Toch had Beres er toen al een behoorlijk gestoffeerde loopbaan opzitten.
Als voetballer kende Andras Beres, bijgenaamd "Bandi", zijn grootste triomfen tijdens de jaren '40 bij het grote Kispest Boedapest, het latere Honved, waar hij als rechtsbuiten opereerde aan de zijde van de illustere Ferenc Puskas (later "De Majoor" bij Real Madrid), Sandor Kocsis, doelman Gyula Grosics en kapitein Jozsef Bozsik. In 1949 verkaste Beres naar Csepeli, ook al een topclub uit de hoofdstad, dat later de naam Vasas Boedapest aannam. Bij Csepeli was Beres ploegmaat van Jozsef Toth en Zoltan Csibor. Zowel Puskas, Kocsis, Grosics, Bozsik, Toth als Csibor zouden op het WK '54 in Zwitserland de finale van de Wereldbeker bereiken, die door de "'Magic Magyars" tegen Duitsland op dramatische wijze werd verloren.
Toen in 1956 in Hongarije de volksopstand tegen het Sovjet-regime bloedig de kop werd ingedrukt, vroegen nogal wat topvoetballers in het buitenland asiel. Beres week uit naar Nederland (Sportclub Enschede) en later naar het Groothertogdom Luxemburg, waar hij in 1960 bij Spora Luxembourg zijn eerste stappen als trainer-speler zette.
Twee jaar later stak Beres de grens naar België over om van ons land zijn tweede heimat te maken. "Bandi" Beres trainde eerst gedurende vier seizoenen Beerschot, waarmee hij na een moeizaam begin tweemaal vierde en één keer derde eindigde. Toen hij in 1966 door Anderlecht werd aangeworven om de legendarische Pierre Sinibaldi op te volgen, nam Beres de Belgische nationaliteit aan. Met paars-wit behaalde de exil-Hongaar de landstitel, de vierde op rij al voor de Brusselaars. Maar toen de zaken in het daaropvolgende seizoen 1967-'68 niet liepen zoals verwacht met Beres, werd in het Astridpark beslist het seizoen met diens assistent Arnold “Noulle” Deraeymaeker als hoofdtrainer af te maken. Anderlecht zou ondanks de moeizame start een vijfde opeenvolgende landstitel behalen.
Andras Beres had toen even genoeg van de voetballerij en opende in Antwerpen, waar hij altijd was blijven wonen, een Hongaars restaurant. Het voetbalbloed kroop evenwel waar het niet gaan kon. Beres werd door Daring Brussel aangezocht om de ex-kampioenenploeg in 1968-69 weer wat dichter bij de top te brengen na een decennium in de middenmoot. Het draaide totaal anders uit. De rood-zwarten gleden meteen naar de kelder van de rangschikking en eindigden, na o.a. een 9-2 kastijding op "De Klokke", als allerlaatste. Het definitieve einde overigens, want Daring zou nooit meer terugkeren in eerste en uiteindelijk in de fusie met Racing White opgeslokt worden.
Andras Beres zakte zelf ook naar tweede klasse af. Hij ging gedurende één seizoen bij Berchem Sport aan de slag. Beres wist de geel-zwarten op de slotdag van de competitie te behoeden voor een degradatie naar derde klasse, en begon dan aan een tweede verblijf bij Beerschot. In 1971 werden de “Mannekens” onder zijn leiding zesde en pakten ze de Belgische beker, door in de finale na verlengingen Sint-Truiden te verslaan (2-1). In het daaropvolgende seizoen kon Beerschot zich echter ternauwernood handhaven in eerste klasse, en moest Beres als trainer de baan ruimen voor ex-speler Cois Geeraerts.
Beres verkoos vanaf dat moment in een andere gedaante in de voetballerij actief te blijven. Hij verkreeg een Uefa-licentie als makelaar en ging als tussenpersoon optreden bij transfers van Hongaarse voetballers naar België, of legde de contacten voor vriendschappelijke wedstrijden met clubs uit zijn geboorteland. Dat Club Brugge in november ’78 uitgerekend bij Andras Beres terechtkwam als opvolger van de ontslagnemende Ernst Happel, was een bericht dat insloeg als een bom en op de nodige scepsis werd onthaald.
Een succes werd de samenwerking niet. Als coach bleek Beres, die een contract voor drie seizoenen (en officieel als technisch directeur) kreeg aangeboden, immers totaal achterhaalde ideeën aan te kleven. De Brugse spelersgroep ging zich bepaald vragen stellen bij de geestelijke gezondheid van Beres, toen die het bestond tijdens de gure wintermaanden technische patronen in te oefenen op… een ondergesneeuwd terrein. Omdat de door Happel in het elftal geslepen automatismen nog een tijdlang functioneerden, waren de resultaten aanvankelijk nochtans behoorlijk. Na een gelijkspel thuis tegen Winterslag en een nederlaag in Charleroi, bleef Club vervolgens zowaar negen wedstrijden op rij ongeslagen (waarbij zes overwinningen) en schakelde in de Beker van België regerend kampioen SK Beveren uit. Het spelpeil zakte echter alarmerend. De tussentijds aangeworven Nederlandse spits Peter Houtman paste zich heel moeizaam aan, en een reeks smadelijke nederlagen (5-2 in Luik, 1-6 thuis tegen Lokeren, 3-0 op Anderlecht, 3-1 in Winterslag, 1-3 thuis tegen RWDM) sloegen blauw-zwart in de eindfase van de competitie totaal uit koers voor een Europees ticket. Club eindigde slechts als zesde.
Op dat ogenblik was Beres al aan de kant geschoven, zijn “depannage”-opdracht werd als een fiasco beschouwd en assistent-coach Mathieu Bollen mocht vanaf de laatste competitiewedstrijd het roer van hem overnemen. Beres bleef in dienst als "technisch directeur" en volgde Club vanuit de tribune een laatste keer tijdens de dramatische bekerfinale van 1979 (1-0 verlies tegen Beerschot). Vervolgens werd het contract tussen blauw-zwart en de Hongaar ontbonden. De korte doortocht van Andras Beres bij Club Brugge was ook zijn laatste trainersklus. 'Bandi' bleef wel in België wonen, in Boom, waar hij op 16 april 2007 overleed.
















Social media