Anton KOHN (1981)
De Luxemburger Anton Kohn (° 1 november 1933), die in eigen land was gestart bij Jeunesse d’Esch en al op zijn 17de in de nationale ploeg stond, bouwde een loopbaan als beroepsvoetballer uit bij achtereenvolgens het Duitse SC Karlsruhe, het Zwitserse FC Basel en het Nederlandse Fortuna Geleen. Zijn opmerkelijk “Tor-instinct” leverde hem in die periode de bijnaam “Spitz” op. In 1960 kwam “Spitz” Kohn in Enschede terecht, waar hij twintig jaar zou blijven. Eerst nog vijf seizoenen als voetballer, drie bij Sportclub Enschede en – na het samensmelten met Enschedese Boys – twee bij de nieuwe fusieclub FC Twente, vervolgens zeven als assistent-coach en acht als hoofdtrainer van datzelfde FC Twente. Van 1965 tot 1972 deed hij, als assistent van de latere Nederlandse bondscoach Cees Rijvers, zijn eerste ervaring als trainer op. In 1972 werd Kohn verantwoordelijk hoofdtrainer van FC Twente, dat onder zijn leiding Nederlands vice-kampioen werd (achter Feyenoord) in 1974. Een jaar later bereikte Twente de finale van de UEFA-beker, die tegen Borussia Mönchengladbach werd verloren, maar waarbij in de halve finale Juventus werd uitgeschakeld. Het was in die periode dat Kohn door niemand minder dan Johan Cruijff werd getipt als de gedroomde opvolger van Rinus Michels bij FC Barcelona. De Luxemburger waagde zich evenwel niet aan een Catalaans avontuur en verkoos de geborgenheid van het Diekmanstadion boven een met peseta’s gespekte bankrekening. Omdat verder succes met Twente uitbleef, besloot Kohn in 1980 alsnog om na twintig jaar andere lucht te snuiven. Bij middenmoter Go Ahead Eagles uit Deventer maakte hij evenwel een kleurloos seizoen en een eerder uitgebluste indruk. Toen Kohn in 1981 door het bestuur van Club Brugge werd aangezocht om het toen al zwalpende schip van Gilbert Gress over te nemen, was zijn trainersster dus al enigszins aan het tanen gegaan. En ook in het Olympiastadion kreeg hij de motor nooit op toerental. Na een nochtans niet onaardige voorbereidingsperiode, waarin de volledig vernieuwde kern met liefst elf aanwinsten de eigen Brugse Metten won, zette Club de competitie met twee nederlagen in en begon het aan een lange strijd om in eerste klasse te overleven. Met 5 punten op 20 en na een snelle Europese uitschakeling door Spartak Moskou, viel voor Kohn de hakbijl reeds in oktober na een smadelijke 5-0 nederlaag op Anderlecht in de tweede ronde van de Belgische beker. Club herstelde moeizaam van de even korte als desastreuze passage van “Spitz” Kohn, en zou slechts op de laatste speeldag van de competitie het behoud in eerste klasse veilig weten te stellen. Kohn keerde terug naar Nederland, waar het diep weggezonken FC Twente hem in het najaar van 1982 als reddende engel terug naar het Diekmanstadion riep. De Luxemburger kon de degradatie van “zijn” Twente echter niet meer verhinderen, en verdween een tijdlang van het voetbaltoneel. Tot hij, na zes jaar windstilte, tot tweemaal toe door... Ajax opgepikt. Eerst om, geassisteerd door Barry Hulshoff en Bobby Haarms, het ontslag van Johan Cruijff te ondervangen enkele dagen na de jaarwisseling 1987-88. Kohn parkeerde Ajax op een tweede plaats en ruimde de baan voor de Oostenrijker Kurt Linder. In november '88 werd hij echter al teruggeroepen om een totaal ontspoord team weer op de rails te krijgen, nu met de piepjonge Louis van Gaal als secondant. De Luxemburger gold naar buitenuit als patron, maar het was (uiteraard) vooral Van Gaal die de lijnen uitzette. Van een trieste dertiende plaats rukten de rood-witten alsnog op naar rang twee van het eindklassement, achter PSV. Het laatste huzarenstukje meteen van Kohn. Leo Beenhakker kwam naar De Meer en Spitz Kohn, toen 56, verzonk definitief in de anonimiteit.















Social media