Rik COPPENS (1981-82)
Rik Coppens (° 29 april 1930) was de eerste na-oorlogse topspeler in België, een “enfant terrible” ook, even scherp met de tong als met de voeten. De virtuoze balgoochelaar uit de Antwerpse volkswijk “De Seefhoek”, die er niet voor terugdeinsde zijn tegenstanders belachelijk te maken, debuteerde al op zijn 16de in het keurkorps van Beerschot en was voor zijn 18de al de absolute smaakmaker en publiekslieveling van het Kiel. Coppens, “de Paganini van de groene rechthoek”, slaagde er ondanks zijn technisch vermogen niet in de paars-witten met hun glorierijk vooroorlogs verleden (zes kampioenstitels) te doen aanknopen, de derde plaats in het seizoen 1952-53 was het beste resultaat dat hij met Beerschot ooit behaalde. Maar het mocht niet verbazen dat de individualist Coppens wel persoonlijke trofeeën veroverde. Zo werd hij de allereerste winnaar van de “Gouden Schoen” in 1954. Hij mocht het felbegeerde kleinood in ontvangst nemen uit handen van de destijds beroemde actrice Leslie Caron, hoofdrolspeelster in de filmversie van “Assepoester”. Wie het schoentje past, inderdaad. Tussen 1947 en 1959 speelde Coppens 47 keer voor de Belgische nationale ploeg. Zijn laatste interland, Nederland-België, was de legendarische “Feye-Moord”: 9-1 in de Rotterdamse Kuip. Omdat hij toen lachend met de Nederlander Faas Wilkes van het terrein stapte, was hij de zondebok. Pas in 1961 schonk Beerschot zijn niet altijd even handelbare publiekslokker zijn vrijheid, waar hij vergeefs om had gesmeekt toen Europese grootheden als Inter Milaan, Napels en Barcelona aan zijn deur hadden gestaan. Hij voetbalde nog even in eerste klasse bij Olympic Charleroi, Crossing Molenbeek en Berchem Sport, om dan trainer-speler te worden van Tubantia Borgerhout en vervolgens coach bij Berchem Sport (1971-’74, met al in zijn eerste seizoen promotie naar eerste klasse), bij “zijn” Beerschot (1974-’77) en opnieuw bij Berchem (1977-’81). Als coach weerstond Coppens moeilijk aan de drang om op training zelf een balletje mee te trappen. Dat mochten ook de spelers van Club Brugge ondervinden toen Coppens, sinds enkele maanden werkloos, in oktober ’81 plots in Olympia neerstreek ter vervanging van Spitz Kohn. De toen al vrij precaire situatie waarin Club was verzeild onder de Luxemburger (voorlaatste in de stand met slechts 5 punten uit 10 wedstrijden), was echter nog penibeler geworden toen Coppens een halve competitie later (en na een 13 op 34) op zijn beurt de wacht werd aangezegd. Waarna hulptrainer Raymond Mertens alsnog de meubelen moest redden. Na zijn échec bij Club Brugge ging Rik Coppens nog voor de duur van twee seizoenen (1982-’84) bij Beerschot aan de slag, maar het heilige vuur was er op dat ogenblik duidelijk uit bij de exrtraverte Antwerpenaar. Voor hij van zijn voetbalpensioen ging genieten, was Coppens nog heel even technisch directeur bij derdeklasser FC Kapellen.
















Social media