Robert DE VEEN (1938-1939)
Aan de start van het seizoen 1938-39 stond Robert De Veen als oefenmeester voor de blauw-zwarte spelersgroep, waaruit aanvoerder Roger Vanhove als voornaamste was verdwenen om tijdens het laatste jaar van zijn actieve carrière bij Stade Kortrijk te gaan voetballen. Robert De Veen (geboren op 26 januari 1886) had tijdens de pioniersjaren van Club Brugge en als Belgisch international furore gemaakt als een onnavolgbare afwerker. Hij speelde in het eerste elftal van Club tot aan de eerste wereldoorlog, en was er dus niet meer bij toen Club in 1920 landskampioen werd. Tussen 1906 en 1913 werd De Veen opgesteld in 22 wedstrijden van het nationale elftal, waarvoor hij in tien wedstrijden in totaal 21 keer scoorde: acht goals tegen Frankrijk (waarvan een keertje vijf in één wedstrijd), zeven tegen Nederland, vier tegen Engeland en twee tegen Zwitserland. Met die 21 goals is De Veen tot op vandaag de beste schutter van Club Brugge in het nationale elftal, een eer die hij deelt met Jan Ceulemans. Ook “Caje” scoorde 21 keer voor België. Als trainer bleek De Veen bij blauw-zwart minder succesvol dan als doelpuntenmaker. Aan het eind van het seizoen 1938-39 kwam Club Brugge op de veertiende en laatste plaats in de “Ere-Afdeeling” uit en zakte voor de tweede keer in de geschiedenis uit de hoogste reeks. De samenwerking met trainer De Veen werd dientengevolge al na één seizoen opgezegd. Hij werd opgevolgd door Gerard Delbeke (voor de seniores) en Louis Versyp (voor de reserven). Robert De Veen had nochtans al aardig wat ervaring opgedaan als voltijds oefenmeester (een uitzondering in die tijd) vooraleer hij door Club werd aangesteld. Zijn werkterrein situeerde zich - na zijn debuut bij Racing Doornik - voornamelijk in Noord-Frankrijk, waar hij bij latere topklasseclubs als Racing Lens, Olympique Lille en AS Nancy aan het groeiproces had meegewerkt. Na zijn korte ambtsperiode bij Club zou De Veen een lange carrière als oefenmeester uitbouwen bij diverse West-Vlaamse clubjes. Zijn eindpunt bereikte hij bij VG Oostende, waar hij tijdens het seizoen 1962-63 aan het roer stond. De geel-roden werden onder zijn leiding vierde in de bevorderingsreeks D. De laatste wedstrijd van de toen 67-jarige De Veen als coach, werd door VGO met liefst 10-0 gewonnen tegen Pamel. De naam De Veen bleef ook door Roberts nageslacht aan Club verbonden. Zoon Bob De Veen (vernoemd naar zijn vader, maar met de Britse afkorting van de voornaam officieel op zijn identiteitskaart) speelde van 1936 tot 1949 in de blauw-zwarte fanionploeg, waarvan hij ook een tijdlang de aanvoerder was, als generatiegenoot van kleppers als Georges Himpe, Berten Carels, Manu Tempelaere, Georges Blancke en Laurent Legon.















Social media