Louis VERSYP (1945-1950)
Louis Versyp (°1909) kwam als speler bij Club Brugge in het eerste elftal in 1926. Hij werd tijdens datzelfde jaar met de juniores kampioen van België, en werd onmiddellijk na zijn debuut bij de grote jongens meteen geciteerd als kandidaat voor de nationale ploeg. En dat alles voor zijn 17de verjaardag. Gedurende twee decennia zou Versyp, samen met Roger Vanhove en Marcel Van Vyve, het gezicht van blauw-zwart blijven. Versyp was het type van de moderne hoekspeler, die niet alleen doelpunten aanbracht maar er ook zelf een ruim aantal tegen de netten prikte. Hoewel Club Brugge absoluut geen hoge toppen scheerde in die periode, slaagde Louis Versyp er in ook bij de nationale ploeg een vaste waarde te worden. Hij scoorde achtmaal voor België in 34 interlands, en speelde de beide wedstrijden op de allereerste Wereldbeker in Uruguay (1930). Twee jaar voordien was hij als enige Club-speler aanwezig op de Olympische Spelen in Amsterdam. Met ongeveer 250 wedstrijden in het eerste elftal en zo’n 150 doelpunten op zijn actief, zette Louis Versyp na het seizoen 1936-37 een punt achter zijn spelersloopbaan om bij Club de jeugd te gaan trainen. In 1938 werd hij als assistent van Gerard Delbeke verantwoordelijk voor de reserven, om na het vertrek van Delbeke en na de tweede Wereldoorlog hoofdtrainer van blauw-zwart te worden. Dat bleef hij van 1945 tot 1950. De tacticus Versyp hanteerde het in die periode revolutionaire WM-systeem. In zijn eerste seizoen leidde hij Club meteen naar de titel in Eerste Afdeeling A, maar bij de elite eindigde blauw-zwart als laatste. Drie jaar later, en ditmaal na een titel in de Tweede Afdeeling B, wist Versyp zijn team wel op de laatste behoudsplaats te doen stranden. Een positieve noot om zijn trainerscarrière bij Club op af te sluiten, want het bestuur van blauw-zwart had beslist om het contract van de ex-speler niet te verlengen. Versyp verdween niet uit de voetbalwereld. Hij zou als trainer in de buurt actief blijven. Eerst een jaar bij de Oost-Vlaamse provincialer Melda Maldegem, waar hij met Gaby Savat een latere Club-coryfee als 17-jarige in het eerste elftal lanceerde. Vervolgens bij AS Oostende, dat in het seizoen '51-'52 een gooi deed naar de titel in tweede klasse. Halfweg prijkte ASO op kop, maar na het uitvallen van nationaal doelman Pol Gernaey sloten de rood-groenen pas op de derde stek af, achter RC Gent en... Club Brugge. Het missen van de promotie werd Versyp zwaar aangerekend. Hij werd vervolgens voor twee seizoenen trainer bij het naar derde klasse weggezakte Cercle Brugge. Enkele maanden voor het einde van zijn overeenkomst liep Versyp, die zijn emoties niet altijd even goed onder controle had, echter een schorsing van de KBVB op ingevolge verbaal geweld tegen de spelleiding tijdens een kadettenwedstrijd. Drie jaar later werd hij toch terug gevraagd door Cercle, dat tijdens het seizoen '57-'58 alweer in tweede klasse vertoefde maar in zware degradatienood verkeerde. Aan de winterstop telde het amper negen punten. De latere bondscoach Guy Thys was toen debuterend trainer (en ook nog speler) bij Cercle. Louis Versyp werd trainer, Thys bleef als speler tot het einde van het seizoen en Cercle wist op de laatste speeldag het behoud te verzekeren. Niet Cercle, maar... AS Oostende degradeerde naar derde klasse. Het was datzelfde AS Oostende dat vervolgens Louis Versyp terugriep. Aan de kust was Pol Gernaey naar Beerschot vertrokken, maar Versyp lanceerde zijn jeugdige vervanger Pol Vranken onder de lat en kon ook rekenen op talentknaap Laurent Verbiest. Diens vertrek naar Anderlecht in 1960 was geen rem op de Oostendse ambities, want in de zomer van 1961 veroverde ASO met kapitein Willy Sanders, Jean Gyselen, Zonnekeyn en Cesar 'Cees' Waeterinckx de titel in derde klasse A. Versyp zou met AS Oostende nog twee kker in de middenmoot van tweede kasse eindigen (als tiende en negende), vooraleer in 1963 de baan te ruimen voor de vroegere Anderlecht-coach Bill Gormlie. In zijn nadagen als coach werkte Louis Versyp tenslotte nog voor FC Eeklo, waarmee hij nipt de promotie naar de nationale reeksen misliep. Na een nek-aan-nek-race met Racing Lokeren (waar de latere bondscoach Aimé Anthuenis als youngster het mooi weer maakte samen met de Congolees Jean Mbuyu, de vader van Dimitri en Didier) moesten barragewedstrijden uitsluitsel brengen over de titel in eerste provinciale. Pas bij de vierde confrontatie viel het verdict en moest Eeklo uiteindelijke de duimen leggen. Louis Versyp, die eveneens kastelein was van Café Sportlokaal in de Smedenstraat, koos nadien voor zijn zaak. Hij overleed op 27 juni 1988.
















Social media