Norberto HOFLING (1957-1963 en 1967-1968)
De Roemeen Norberto Höfling (° 20 juni 1924), was amper 33 toen hij in 1957 door Club Brugge als nieuwe coach werd aangesteld. Höfling had als voetballer een ruime ervaring opgebouwd in tal van landen: bij Dinamo Kiev in de toenmalige Sovjetunie, bij Voros Logobo (het latere MTK Boedapest) in Hongarije en uiteindelijk in Italië bij Pro Patria Milaan, Lanerossi Vicenza en Lazio Roma. Club Brugge werd zijn eerste trainersjob. Norberto Höfling bleef gedurende zes seizoenen op “De Klokke”, periode waarin hij de basis legde van de professionalisering van de vereniging. Höfling was een perfectionist, die bijzonder ver ging in zijn persoonlijke begeleiding van zijn spelers. Zo was het een publiek geheim dat de Roemeen regelmatig biefstukken aan huis liet bezorgen van één welbepaalde slager, omdat hij er op stond de kwaliteit van de voeding van zijn jongens te controleren. Na twee jaar onder de leiding van Norberto Höfling promoveerde Club Brugge opnieuw naar eerste klasse, waaruit het zeven jaar eerder was weggezakt. Sindsdien zou blauw-zwart nooit meer uit de hoogste afdeling verdwijnen. Onder Höfling zou Club in 1962 als beste prestatie de vijfde plaats veroveren. Een conflict met sterspeler Fernand Goyvaerts leidde enkele maanden later tot de spraakmakende transfer van de Brugse international naar FC Barcelona, en uiteindelijk ook tot een breuk tussen Club en Höfling. De Roemeen ging in 1963 in op een lucratieve aanbieding van Feyenoord. In Nederland kon Höfling moeilijk aarden. Onder zijn leiding tikte Feyenoord pas als vierde aan en werd het in de kwartfinale van de Nederlandse beker uitgeschakeld. Tweedeklasser Racing White, de fusieclub van Racing Brussel en White Star, haalde de Roemeen terug naar België en promoveerde onder zijn leiding in 1966 naar eerste klasse. Eén jaar later, in de zomer van 1967, stond Höfling opnieuw op De Klokke. De ambities van het Brugse bestuur waren in de vier tussenliggende jaren danig toegenomen, in stilte werd zelfs van de landstitel gedroomd. Met Kurt Axelsson haalde Höfling de eerste full-prof naar “De Klokke”, waar ondertussen een topploeg in wording (Boone, Thio, Carteus, Vandendaele, Marmenout, Lambert, Hinderyckx, Bastijns…) was samengebracht. Onder de bezielende leiding van Höfling deponeerde die gouden generatie een eerste trofee in de prijzenkast : de Belgische beker, na winst in de finale tegen Beerschot die op strafschoppen werd beslist. In de competitie had blauw-zwart al zijn thuiswedstrijden gewonnen en was het op slechts één puntje van kampioen Anderlecht gestrand. De tweede periode-Höfling in Brugge duurde evenwel slechts dat ene seizoen. Bij Anderlecht, dat vijfmaal op rij kampioen was geworden, werd Höfling in 1968 binnengehaald om – na een korte en mislukte samenwerking met de illustere Hongaar Andras Beres, die exact tien jaar later en met even weinig succes ook nog bij Club coach zou worden – de echte opvolger van de legendarische Fransman Pierre Sinibaldi te worden. Het werd echter een huwelijk van korte duur, dat al na enkele maanden op de klippen liep. Anderlecht haalde… Sinibaldi himself terug om de ploeg weer op de rails te krijgen. In 1969 verkaste Norberto Höfling naar het pas naar tweede klasse gedegradeerde Daring, waar ene Michel Verschueren toen manager werd en voormalig Rode Duivel Jean Nicolay (ex-Standard) het doel verdedigde. Höfling slaagde er niet in Daring, vergane glorie van het Brusselse voetbal, naar eerste klasse terug te brengen. De Brusselaars bereikten wel de Belgische bekerfinale maar verloren die eindstrijd, ondanks de ultieme aanwerving van de Duitse spitsen Hörnig en Ruhl van FC Keulen, kansloos met 6-1 tegen… Club Brugge. Heinz Hörnig, Duits international op zijn retour, werd een jaar later de opvolger van Höfling als Daring-trainer. Een volgend ambitieus trainersavontuur bracht Norberto Höfling in 1972 naar de Belgische kust, waar hij het afgegleden AS Oostende in twee jaar tijd terug van derde naar eerste klasse loodste. Höfling was naar Oostende gehaald door de kersverse ASO-voorzitter René Menu, die een nieuwe frisse wind doorheen het Albertpark joeg. In ’72-’73 werd ASO kampioen in derde klasse A met de jonge prijsschutter Jan Simoen (later bij Club) als blikvanger. Eén jaar later, en versterkt met ex-Club-libero Kurt Axelsson, beukte de kustploeg de poort naar eerste klasse open. AS Oostende was de laatste ploeg die rechtstreeks promoveerde via de tweede plaats in de eindrangschikking. In zijn derde ASO-jaar, en met ex-Club-boegbeeld Pierre Carteus als aanwinst in de rangen, wist Höfling zonder al te veel problemen het behoud in de topreeks te verzekeren. De niet altijd even diplomatische Roemeen had zich, ondanks de sportieve successen, binnen de club echter ook nogal wat vijanden gemaakt. Halfweg het seizoen ’75-’76 kwam hem dat op een verrassend ontslag te staan, hoewel de ploeg rustig in de middenmoot draaide. Voorzitter Menu verbond zijn lot aan dat van de trainer en stapte mee op, toen zijn bestuur de anti-Höfling-clan binnen de spelersgroep volgde. Onder Höflings opvolger Jaak de Wit, ook al ex-Club, gleed AS Oostende trouwens pijlsnel weer af. Na een sabbatjaar werd Norberto Höfling in 1977 door “betonbaron” Albert De Meester uiteindelijk nog naar AA Gent gelokt, om de uit derde klasse gepromoveerde Buffalo’s opnieuw op weg naar eerste klasse te zetten. Dat lukte niet meteen, en de stilaan uitgebluste Höfling trok zelf zijn conclusies. Op zijn 54ste oordeelde hij de tijd rijp om de voetbalstress achter zich te laten. Norberto Höfling is altijd in Brugge woonachtig gebleven, waar hij met zijn echtgenote en met zijn zoon Pietro enkele handelszaken opstartte. Hij overleed op 18 april 2005, kort voor hij 80 zou worden.















Social media