André De Clerck (1959-1973)
In 1959, dat een scharnierjaar in de geschiedenis van de vereniging zou blijken aangezien Club Brugge sindsdien nooit meer zijn plaats in de hoogste afdeling van het Belgisch voetbal zou moeten afstaan, kwam voor het eerst sinds de pioniers Philippe Delescluze en Alphonse De Meulemeester nog eens een ex-speler in de voorzittersstoel terecht. André De Clerck doorliep inderdaad alle jeugdrangen en speelde in het seizoen 1924-25 zelfs twee wedstrijden in het fanionteam, alvorens in 1927 op 23-jarige leeftijd de voetbalschoenen aan de haak te hangen en ruim vijftien jaar volledig uit het Club-gebeuren te verdwijnen. Het was de periode waarin hij huwde met Elza, die later de doopmeter zou worden van de latere Club-voorzitter dr. Michel D’Hooghe, de periode ook waarin zijn zoon Fernand geboren werd, en waarin hij al zijn vrije tijd investeerde in zijn grote hobby, de fotografie. Ten huize De Clerck werd zelfs een heuse donkere kamer ingericht… Toen na de Tweede Wereldoorlog de heropbouw van FC Brugge onder impuls van zijn vader Emile werd gerealiseerd, trad André De Clerck tot het Centraal Comité toe. Hij werd opgenomen in de Raad van Beheer en had een voorname stem in het Selectiecomité. Vanaf de komst van proftrainer Norberto Höfling werd dat selectiecomité beperkt tot drie personen: de trainer zelf, bestuurslid Pierre Vermeulen en André De Clerck. Nadat André De Clerck op 14 juli 1959 het voorzittersschap van zijn vader Emile overnam, groeide FC Brugge gestaag uit tot een topploeg in België. Vanaf 1967 trad Club bijna zonder onderbreking aan in Europese competities, werden buitenlandse spelers met internationale faam aangetrokken om de eigen talentvolle generatie rond vooral Raoul Lambert te versterken. De kortstondige terugkeer van succestrainer Norberto Höfling leidde in 1968 al meteen tot het veroveren van de Belgische beker, de eerste na-oorlogse trofee die in de Brugse prijzenkast belandde. De laatste vijf jaar van het bewind van André De Clerck werden gekenmerkt door een doorgedreven hunker naar professionalisme, met de ermee gepaard gaande risicovolle beslissingen. Eén ervan, de opname van voormalig selectieheer van de Belgische nationale ploeg Constant Vanden Stock in het Club-bestuur, leidde tot een breuk met trainer Höfling en werd na veel interne discussies na een jaar ongedaan gemaakt. De sportieve groei leidde tot een tweede bekerzege en vijf tweede plaatsen in de competitie. Als apotheose van het tijdperk-André De Clerck kon in mei 1973 na 53 jaar wachten dan toch de felbegeerde tweede landstitel uit Clubs geschiedenis worden bejubeld. André De Clerck trad na 24 jaar als voorzitter terug, maar bleef erevoorzitter van Club Brugge tot aan zijn overlijden op 21 februari 1996.









Social media