Zaterdag 11 Februari 2012

Club Brugge in de Media

Vrijdag 05 Maart 2010

Hoe de F1-piloot tot rust kwam...

Van grootste belofte van het Belgische voetbal, over mislukking bij Tottenham Hotspur en overbodig bij Club Brugge, tot onmisbaar voor Adrie Koster en Rode Duivel onder Dick Advocaat. Jonathan Blondel, overzicht van een carrière van pieken en diepe dalen.


"Jonathan Blondel was een Formule 1-wagen: naar alles vliegen en met heel hoge snelheid", analyseerde Chris Van Puyvelde, tussen 2000 en 2005 de assistent van Trond Sollied, in Sport/Voetbalmagazine van november 2005. De Noorse trainer kreeg Blondel in januari 2004 door Marc Degryse opgedrongen, maar stelde hem in anderhalf seizoen amper op.


Van Puyvelde: "Alles was te. Ontzettend gedreven op training, altijd in overdrive, tegen 200 procent. Maar helaas ook wanneer hij van een blessure revalideerde. Hij probeerde te snel terug te keren, werd ongeduldig en ging wild om zich heen schoppen, tackelen en vliegen. Jonathan was een bouvier. Dat zag je in zijn ogen, merkte je aan zijn lichaamstaal."


Zijn boodschap, toen: "Blondel moet dringend mentale rust, op én naast het veld, vinden." Sollied verwoordde het anders: "Je kan van iemand die van de tribune van Tottenham komt niet verwachten dat hij hier onmiddellijk zal spelen. Uiteindelijk zijn wij niet slechter dan Tottenham."


'Hot' in het buitenland


In Noord-Londen wordt Blondel, een lichtgewicht van nauwelijks achttien jaar, tussen de zomer van 2002 en december 2004 voor het eerst geconfronteerd met de keerzijde van het voetbalbestaan. Tot dan is zijn carrière een lang succesverhaal. Bij de duiveltjes van L'Union Sportif de Ploegsteert et le Bizet scoort hij 253 doelpunten in twee seizoenen, Excelsior Moeskroen loodst hem als preminiem naar Futurosport.


"De beste jeugdspeler die we ooit hadden", beweert Geert Broeckaert, toen jeugdcoördinator van l'Excel. Een mening die wordt bijgetreden door Philippe Saint-Jean, tussen 1997 en 2002 directeur van Futurosport. "Op zoek naar talent schuimde ik België af en heb ik nog maar één Blondel gezien... Een uitzonderlijke voetballer."


Het sprookje gaat verder en via de nationale jeugdploegen speelt Blondel zich in de belangstelling van grote buitenlandse clubs. In 2000 - hij is dan amper 16 jaar - verdringen scouts van Vitesse Arnhem, Schalke 04 en Borussia Dortmund zich op Futorosport. Nog een jaar later, in augustus 2001, mag hij een week stage lopen bij Manchester United. De club van sir Alex Ferguson stelt hem voor om na de zomer bij de U19 te spelen. Blondel weigert. Liever in de Belgische eerste klasse dan in de Engelse jeugdreeksen, klinkt het.


Schalke 04 wil de belofte uit Ploegsteert rondleiden in zijn nieuwe Arena auf Schalke en belooft hem een plaatsje in de A-kern. Maar, zo luidt het, in de loop van het seizoen bestaat de kans dat hij tussen het fanionteam en de invallers zal pendelen. Blondel weigert (opnieuw). Het buitenlandse avontuur wordt on hold gezet.


Een goede beslissing. Op 7 september debuteert hij onder Hugo Broos in de Belgische eerste klasse. "Een vechtertje dat een beslissende pass kan geven en gemakkelijk infiltreert." Minpunten: Gestalte en duelkracht. Niet verwonderlijk voor een middenvelder van 72 kilogram voor 1m72. Blondel knokt en wroet zich links op het middenveld - naast Toni Martic, Steve Dugardein en Koen De Vleesschauwer - naar zijn eerste achttien wedstrijden op het hoogste niveau.


Sporadisch, en wanneer het wedstrijdverloop dat vraagt, stelt Broos hem op achter de spitsen Zoran Ban en Marcin Zewlakow. "Een vinnig baasje met het uiterlijk van een scholiertje...", omschrijft De Vleesschauwer zijn ex-ploegmaat. "Gezond agressief, technisch sterk en zeker geen luiaard. Dacht altijd aan de tweede fase, wat er moest gebeuren na het inspelen van de bal."


Hij scoort dat seizoen zijn eerste en enige doelpunt op 9 mei 2002, in de bekerfinale tegen... Club Brugge, dat met 3-1 wint. Blauw-zwart is - net als Lens, Rijsel en Anderlecht - dan al een tijdje geïnteresseerd in de jonge middenvelder. Maar vangt bot. Twee jaar later zegt Sollied in Krant van West-Vlaanderen: "Waarom moet een jong, Belgisch talent eerst naar het buitenland? Blijkbaar lukt het niet om zo'n speler bij een Belgische club weg te halen. Anderhalf jaar geleden was Blondel financieel nog onhaalbaar voor ons."


Tottenham Hotspur


In dat anderhalf jaar voetbalt Blondel voor Tottenham Hotspur. Of beter: Blondel voetbalt niet. Een korte invalbeurt van vijftien minuten tegen Southampton. Conclusie: veel te vroeg vroeg vertrokken naar het buitenland. Blondel, in Sport/Voetbalmagazine van februari 2004 : "Natuurlijk wist ik dat het bij Tottenham moeilijk zou worden om te spelen, maar wat moest ik anders doen? Moeskroen deed helemaal niks om mij te houden, het interesseerde zich alleen voor het geld van Tottenham (1,5 miljoen euro, red.). Toen de twee clubs tot een akkoord kwamen, had ik bijna niks te zeggen. Moeskroen had geld nodig."


Blondel woont de eerste twee maanden op hotel, ver weg van zijn familie. Zijn leven is monotoon en saai. Anderhalf uur trainen in de voormiddag, middagmaal op de club en wegkwijnen op zijn hotelkamer. Slapen of televisie kijken. Hij krijgt last van de blues. "Ik heb toen dikwijls geweend, ja." Een lichtpuntje in zijn eerste maanden bij de Spurs: op 21 augustus debuteert hij in Polen met de nationale ploeg. Aimé Anthuenis, de toenmalige bondscoach: "Hij paste in onze verjongingspolitiek. Plus: de meeste jonge spelers zijn rechtsvoetig, Jonathan had een uitstekende linker."


Bij de reserven van Tottenham Hotspur maakt Blondel blijkbaar wél indruk. Lee Barnard, een leeftijdsgenoot, toen ook bij de reserven: "Klein, maar hij ging geen enkel duel uit de weg. A midfielder with a bit of a bite...


"Na zijn eerste seizoen zijn de commentaren goed. He showed his skill on the ball and his quick feet that move the ball past an opponent before they know it, verschijnt er op de officiële website van de club. Een magere troost na een mislukt seizoen. Hij weet niet wat van hem verlangd wordt. Glenn Hoddle praat niet met hem, zijn opvolger David Pleat evenmin. Een vreemde voetbalcultuur, besluit hij. "De assistent geeft de training. De hoofdtrainer komt alleen op vrijdag en maakt dan, samen met de assistent, de ploeg."


Pleat wil hem na drie korte inhaalwedstrijden uitlenen aan Burnley, een club uit de First Division. Blondel bedankt en kwijnt verder weg. Er wordt een menselijke oplossing uitgewerkt. De negentienjarige Blondel mag in januari 2004 voor 1,25 miljoen naar Club Brugge vertrekken. Hij tekent een contract voor 4,5 seizoenen. "Wellicht mentaal niet sterk genoeg voor de Premier League", laat Pleat op de site van de Spurs noteren. Zijn assistent, Chris Hughton, voegt daar aan toe dat "Blondel wellicht te vroeg naar Londen kwam. Soms krijg je jongens van achttien jaar die er uitzien als flinke twintigers. Dat was bij Joe niet het geval. Integendeel..."


In november 2006, Blondel is dan bijna drie jaar vertrokken in White Hart Lane, laat Hughton ter gelegenheid van de wedstrijd in de UEFA Cup tegen Club Brugge nog eens zijn licht schijnen op de doortocht van de Ploegsteertenaar. "We hebben lang gezocht naar zijn beste positie in onze 4-4-2. Links of meer centraal op het middenveld. We wilden hem meer bij het spel betrekken, meer centraal uitspelen, maar zijn parcours bij Club Brugge bewijst dat hij het best rendeert op links."


Marc Degryse, toen sportleider op Club Brugge, over de transfer: "We hebben nood aan spelers die iets kunnen creëren voor anderen." Een tweede Degryse, zo wordt in de kranten gesuggereerd. Hugo Broos: "Hij doet me eerder denken aan Alain Giresse. (Giresse vormde, samen met Michel Platini, Jean Tigana en Luis Fernández in de jaren tachtig het legendarische Carré Magnifique van de Franse nationale ploeg, die in 1984 in eigen land het EK won, red.) Marc scoorde meer en gemakkelijker. Blondel is meer de man van de assist."


Zoektocht naar de juiste positie


Maar ook na Blondels transfer naar Brugge blijft de zoektocht naar zijn beste positie duren. Polyvalentie kan ook een nádeel zijn. Van Puyvelde, in Sport/Voetbalmagazine: "Hij kan overal spelen ja. Hij zegt dat hij zich centraal beter voelt omdat hij dan overal kan zwerven. Daarop zeg ik 'ja', als hij tenminste bepalend wordt. Als je die positie opeist, moet je het spel naar je trekken in je acties en in het vervolg ervan. Op de flank ligt dat iets makkelijker, daar moet je niet constant bepalend zijn. In de as wel."


Na een korte aanpassingsperiode ontpopt Blondel zich met zijn hoog pitbullgehalte tot publiekslieveling van het seizoenseinde. Zijn truitje is, na dat van Timmy Simons, zelfs het tweede populairste bij de supporters. Hij speelt de laatste acht wedstrijden en pakt met Club alsnog het tweede Champions Leagueticket. Hij heeft (eindelijk) zijn vaste plaats in Sollieds driemansmiddenveld, een driehoek met de punt naar achter, beet : Gaëtan Englebert (rechts), Timmy Simons (centraal), Jonathan Blondel (links).


Of toch niet helemaal, want als Peter Van der Heyden geblesseerd uitvalt, wordt hij plots linkerflankverdediger. Tot grote verbazing van Aimé Anthuenis, die Blondel in maart 2004 aan de aftrap brengt in de vriendschappelijke interland in Duitsland: "Uiteraard is dat niet zijn positie en je merkt dat hij verdedigend nog heel onbesuisd is. Dat is globaal het kenmerk van zijn spel: ongeduldig, bruusk, te veel lopen, de gaten dikwijls dicht lopen, zodat het geen oplossing is. Ik zie hem vooral op het middenveld, links in een driehoek bij een 4-3-3 of als linksbuiten in een 4-4-2."


Linksbuiten? Jawel. Want wanneer Nastja Ceh in 2004-2005 bezig is aan zijn beste seizoen, wordt Blondelleke doorgeschoven naar de linksbuiten, waar hij achtereenvolgens Victor, Bosko Balaban en Manasseh Ishiaku uit de ploeg houdt. Maar op het einde van het seizoen is de balans - 15 competitiewedstrijden - (te) mager. Blondel, in mei 2005 : "Niet mijn beste positie. Volgend seizoen ambieer ik opnieuw een plaats op het middenveld."


De leegloop van de kern en het vertrek van Trond Sollied openen nieuwe perspectieven voor Blondel. Op zijn kant vertrekken Peter Van der Heyden, Nastja Ceh en Victor, centraal is de positie van Timmy Simons vacant. Maar, stelt de buitenwereld vast, het geschuif begint opnieuw. Wat is zijn beste positie? Jan Ceulemans, T1 tussen juli 2005 en april 2006: "Linksbuiten of linksmidden, maar door blessures probeerde ik hem als linksback. Daar zal hij misschien leren hoe belangrijk positie houden in het voetbal is. Op het gepaste moment lopen, niet constant. Leren dat het spel niet alleen aanvallen is. Het evenwicht is er nog niet."


Maar door twijfels bij de sportieve staff (en teen- en enkelproblemen) zal Blondel zal amper 17 wedstrijden spelen. Plus: Blondel wordt geregeld in het Gentse uitgaansleven opgemerkt. Zijn uitleg: "Door die blessures heb ik me een beetje laten gaan."


Volgend seizoen dan maar? Emilio Ferrera, T1 tussen april 2006 en januari 2007: "Wat hij tijdens de Brugse Metten als controlerende middenvelder naast Sven Vermant liet zien, was af. Champions Leagueniveau !" Joe zal dat seizoen, dat door Cedomir Janevski wordt afgewerkt, 26 competitiewedstrijden spelen. Voorbeeldige levensstijl, klinkt het. Marc Degryse: "Ik heb geëist dat hij dichter bij de club kwam wonen. Als een soort controle, ja." Jan Van Winckel, physical trainer, in Het Laatste Nieuws: "Toen ik arriveerde had Blondel heel lage trainingswaarden, maar vandaag zit hij qua conditie bij de top vijf."


Depressie


Onder Jacky Mathijssen trekt Blondel die lijn door. "Net als Emilio Ferrera praat hij veel met mij. Ik heb die aandacht nodig. Van Jan Ceulemans wist ik niet wat hij van mij verlangde." Opnieuw 26 competitiewedstrijden, Blondel lijkt voorgoed gelanceerd, tot hij naast het veld met grote problemen geconfronteerd wordt. Het overlijden van François Sterchele, zijn buddy in de kleedkamer, komt aan als een mokerslag. In die periode overlijdt zijn tante en zijn grootmoeder, vriendin Louise krijgt een miskraam. Een depressie loert om de hoek, Mathijssen stuurt hem naar de psycholoog. Slechts zestien wedstrijden. Maar, hoopgevend: op het einde van het seizoen, wanneer Adrie Koster in de tribune zit, is Blondel een van de uitblinkers.


Dat ziet Koster ook. Links op het middenveld, dáár is zijn plaats, vindt de Zeeuw. 22 wedstrijden, 1.729 speelminuten: beter heeft hij sinds januari 2004 nog niet gedaan. "De trainer gaf me meer verantwoordelijkheden en, in balbezit, meer vrijheid. De afspraken zijn duidelijk. Ik voel me goed." Tussentijds wordt hij ook nog eens vader, licht Club de optie en neemt Dick Advocaat hem op in zijn selectie voor de oefenwedstrijd van de Rode Duivels tegen Kroatië. "Ik ben veel rustiger geworden."


Moraal van het verhaal: Jonathan Blondel, voetballer met een handleiding.

Bron: Brugsch Handelsblad - 05/03/10



Kalender

Datum
Uur
Wedstrijd
12.02.2012
18:00
AA Gent - Club
16.02.2012
21:05
Hannover 96 - Club
19.02.2012
18:00
Club - KV Kortrijk
23.02.2012
19:00
Club - Hannover 96
26.02.2012
18:00
Racing Genk - Club
04.03.2012
14:30
Club - Standard
18.03.2012
14:30
Cercle Brugge - Club
21.03.2012
20:30
Club - Lierse SK

Klassement

 
P
M
1. Anderlecht
53
24
2. AA Gent
46
24
3. Club Brugge
46
24
4. Standard
44
24
5. KV Kortrijk
39
24
6. Racing Genk
37
24
7. Cercle Brugge
37
24
8. KV Mechelen
31
24
9. Sp. Lokeren OV
30
24
10. G. Beerschot
29
24
11. Bergen
28
24
12. Lierse SK
24
24
13. Z. Waregem
24
24
14. OH Leuven
22
24
15. VC Westerlo
17
24
16. Sint-Truiden
13
24

Facebook