Club Brugge in de Media
«Ik miste helaas de Happel-successen»
Afgelopen week donderdag organiseerde Stefan Vereycken, voorzitter van de Oud Gloriën, samen met Club Brugge voor de zevende keer een reunie voor de oud-spelers. Ruim 50 gingen op de uitnodiging in met de Nederlander Ruud Geels, de Israëliër Ronny Rosenthal en de weduwe van Fons Bastijns als eregasten. «Ik ben supercontent erbij te zijn», vertrouwde Geels ons vooraf tijdens een losse babbel toe. «Mijn tijd bij Club was te kort. Ik miste helaas de Happel-successen.»
Je speelde twee seizoenen op ‘De Klokke’. Wat is er je van deze passage bij gebleven?
«Tijdens mijn eerste seizoen werden we meteen kampioen. De eerste na-oorlogse landstitel van Club resulteerde in een gigantisch feest. Brugge stond toen letterlijk en figuurlijk op zijn kop. Met koetsen werden we van het stadion naar het stadhuis gevoerd. Heerlijk was het om zoiets in ‘het buitenland’ mee te maken. We hadden met Ulrich le Fèvre, Johan Devrindt, Johny Thio, Fons Bastijns, Erwin Vandendaele, Raoul Lambert, Kurt Axelssson, Pierre Carteus, Henk Houwaart, Nico Rijnders ... ook een uitstekende ploeg.
Het mooiste was dat de titel in het ‘hol van de leeuw’, bij Anderlecht, werd afgedwongen. Een gelijkspel volstond en dat werd het ook. Het wolkendek boven Brussel kleurde purper van woede, frustraties en ontgoocheling.»
Langer dan twee seizoenen mocht je niet blijven...
«Na dat kampioenenjaar bleek dat Club Brugge in niet zo’n beste financiële papieren verkeerde. De riem moest aangehaald worden. Er werd logischerwijze eerst naar de buitenlanders gekeken. ‘De grootverdieners’ moesten hun biezen pakken. Ik vertrok met grote tegenzin naar Ajax. Mijn vrouw en ikzelf hadden het hier in Brugge en onze woonplaats Knokke immers uitstekend naar onze zin.
Vooral omdat na het ontslag van Leo Canjels en een ‘onvoldoende’ voor zijn assistent Jaak Dewit kort na Nieuwjaar ‘de grote Ernst Happel’ zijn verschijning maakte bij Club. De Oostenrijker maakte ik nog enkele maanden mee, maar toen begon de grote kuis echt. Het resultaat was buitengewoon: drie landstitels op rij en twee Europese finales. Ik vind het nog steeds heel jammer dat deze successen in Brugge niet voor mij weggelegd waren.»
«Niet goed bij Anderlecht»
Horen we je zowaar klagen. Je speelde met passages bij Club, Anderlecht, Ajax, Feyenoord en PSV bij de top van België en Nederland. Je was ook vier keer op een rij topscorer in de eredivisie en telt 20 A-caps achter je naam. Hoeveel kunnen er dergelijk visitekaartje voorleggen?
«Ik klaag niet. Verre van. Bij de Nederlandse topclubs had ik het uitstekend naar mijn zin. Enkel bij Anderlecht heb ik me nooit écht lekker gevoeld. Ik miste daar het familiale van bij Club. Ik ben maar een gewone volksjongen. Voor het chique pas ik liever.»
Iedereen in België, én Club Brugge in het bijzonder, heeft zijn mond vol over hetgeen Adrie Koster hier in enkele maanden voor mekaar heeft gekregen. Je kent hem redelijk goed, want je speelde samen met hem bij PSV. Is dat een verrassing?
«Helemaal niet. Bij Ajax heeft Adrie ook fantastisch werk afgeleverd. Men zag hem in de Arena niet graag vertrekken. Eén van zijn vele kwaliteiten is dat hij heel goed met mensen kan omgaan. Hij beschikt ook over een goede mix in zijn elftal. Ik zag de wedstrijd Valencia - Club op televisie. Qua Organisatie was dat af. Je moet het maar doen: eerst met 1-0 de heenwedstrijd winnen en vervolgens de derde van de Primera Division twee uur lang doen schudden en beven in Mestalla. Dat is heel knap. Ik geef de Brugse bestuurstop de gouden raad nog enige tijd met Adrie Koster door te gaan. Club zal nog beter worden.»
Bron: Het Laatste Nieuws - 10/03/10















Social media