Club in de Media – Sport Voetbalmagazine

Artikel verschenen in Sport Voetbalmagazine van 13 september 2017.

Slavernij – François Colin

‘Hoe klein kan Club Brugge zijn’, luidde het vorige week her en der al voor de tweede keer dit seizoen. Eerst omdat Sander Coopman slechts met Zulte Waregem tegen blauw-zwart mocht spelen mits het betalen van een dwangsom van 900.000 euro. Vorig weekeinde omdat de Roemeen Dorian Rotariu slechts met Excel Mouscron tegen Club kon aantreden als er 400.000 euro werd neergeteld. Ook KV Kortrijk ( Jérémy Perbet ) en STVV ( Elton Acolatse ) hebben een dergelijke clausule in hun overeenkomst met de vicekampioen en staan straks voor een gelijkaardig dilemma.

 

Francky Dury ziet er zelfs een beroepsverbod in en wil dat de Pro League het thema bespreekt. ‘Stel je voor dat ik een huis verhuur en dat ik tegen mijn huurder zeg: op maandag, woensdag en zaterdag mag je erin wonen, de andere dagen zal dat niet lukken.’

 

Hoe mank kan een vergelijking zijn? Geleende spelers verhuizen van een grote naar een kleinere club en kosten hun nieuwe werkgever weinig tot niets. Hun salaris wordt geheel of gedeeltelijk betaald door de moederclub. Logisch, deze hoopt zo het jonge talent ervaring te laten opdoen op het hoogste niveau.

 

Een uitgeleende speler wil tijdens zijn uitleenbeurt vaak niets inleveren en heeft meestal zelfs recht op de winstpremies van zijn eerste club. Zo kreeg Michaël Heylen , die vorig jaar met Westerlo degradeerde, van Anderlecht een kampioenenpremie.

 

Om Francky Dury te parafraseren: je betrekt een riante villa die te duur is om te kopen en die je dan maar huurt. Maar de eigenaar moet wel de huur – geheel of bijna geheel – voor zijn rekening nemen en je stuurt hem ook nog eens de gas- en elektriciteitsfactuur door. Als de coach van Zulte Waregem zo’n huiseigenaar kent, mag hij me altijd bellen.

 

Het kan soms nog gekker worden. Een uitgeleende speler kan tegen zijn oorspronkelijke club scoren waardoor deze puntenverlies lijdt en naast de titel of Europees voetbal grijpt. De speler kan ook voor een lastige keuze komen te staan. Zijn prestatie tegen zijn verhurende club kan hem zijn bonus voor Europees voetbal of de titel kosten. En mogelijk Europees bekervoetbal in het komende seizoen. Een situatie die best vermeden wordt in het belang van de integriteit van de competitie.

 

Dury heeft dus op één punt absoluut gelijk: het is de hoogste tijd dat de Pro League de problematiek aanpakt. In het belang van de spelers en de clubs. Om ongelukkige toestanden te voorkomen, wordt best beslist dat gehuurde spelers nooit mogen meespelen tegen hun moederclub. Zoals dat in Engeland het geval is. Regel M. 6, sectie 7.2 van de Football Association bepaalt dat uitgeleende spelers in competitieverband spelverbod hebben voor de wedstrijden tegen de vereniging die hen uitleent. De regel geldt weliswaar niet voor de bekercompetities.

 

De Pro League gaat bij voorkeur nog een stap verder. Het aantal uitgeleende spelers moet beperkt worden. Onder andere om te voorkomen dat het uitlenen van spelers misbruikt wordt. Bijvoorbeeld door alleen jongens naar clubs te sturen die bij stemmingen in de Pro League naar de pijpen van de topclub dansen.

 

Misschien is de maatregel niet eens nodig, want UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin koestert plannen om het buitensporig uitleenmodel aan banden te leggen. Hij wil daarvoor het aantal contractspelers per club begrenzen en viseert daarmee Manchester City en vooral Chelsea. The Blues tellen dit seizoen maar liefst 38 ‘ loanees ’ en verhuurden de vijf vorige seizoenen jongens aan maar liefst 87 clubs, van Turkije tot Colombia. Jongens als doelman Matej Delac zijn al zeven jaar eigendom van Chelsea, zonder één minuut de kleuren van de Londenaars te dragen.

 

De Britse wetenschappers Paul Widdop (universiteit van Leeds) en Dan Parnell (universiteit Manchester) becijferden dat de club al 120 miljoen euro terugverdiende aan zogenaamde ‘ farm sales ’ (de verkoop van uitgeleende spelers). Onder hen Romelu Lukaku en Kevin De Bruyne . Eigenlijk gedraagt Chelsea zich als een ‘ third party owner ’, een praktijk die vorig jaar verboden werd door de FIFA omdat het naar slavernij ruikt.